Veiligheid

Spuitbussen kunnen stoffen bevatten die gevaarlijk zijn. In de wet is vastgelegd in welke gevallen er gevaarsinformatie (gevaarssymbolen en zinnen) op de verpakking vermeld moet worden.

Om te bepalen welke gevaarsinformatie moet worden opgenomen op het etiket, stelt de fabrikant vast wat er in het ergste geval met het product kan gebeuren. Hij kijkt hierbij eerst naar de gevaarseigenschappen van alle stoffen die in het product zitten. Daarna wordt vastgesteld of het product op grond van de eigenschappen van stoffen ook gevaarlijk is. Er worden geen dierproeven gebruikt om het gevaar van een product vast te stellen.

Wel worden er testen uitgevoerd om bijvoorbeeld te kijken of een product brandbaar is.

Voorbeelden van gevaarssymbolen die u op een spuitbus kunt aantreffen:

    CLP vlamsymboolCLP uitroepteken

Gevarenaanduidingen en voorzorgsmaatregelen die u op alle spuitbussen aantreft:

  • Houder onder druk: kan openbarsten bij verhitting
  • Verwijderd houden van warmte, hete oppervlakken, vonken, open vuur en andere ontstekingsbronnen. Niet roken.
  • Ook na gebruik niet doorboren of verbranden.

Gevarenaanduidingen en voorzorgsmaatregelen die aanvullend voor kunnen komen op spuitbussen die brandbare stoffen bevatten:

  • Zeer licht ontvlambare aerosol.
  • Ontvlambare aerosol.
  • Niet in open vuur of op andere ontstekingsbronnen spuiten.
  • Buiten het bereik van kinderen houden.